“De vernauwing waar we in zitten kan leiden tot nieuwe paradigma’s”
“De vernauwing waar we in zitten kan leiden tot nieuwe paradigma’s”

Felix Erkelens is de oprichter van uitgeverij Juwelenschip, dat boeken uitbrengt op het gebied van psychologie, levensbeschouwing en spiritualiteit. Voordat Felix zijn bedrijf opstartte was hij jarenlang de directeur en eigenaar van uitgeverij Servire en tot op heden is hij daar als adviseur bij betrokken. Ik was nieuwsgierig naar waar de wortels van zijn uitgeverschap liggen, hoe hij zijn vak vandaag de dag ervaart en waar hij in de toekomst naartoe wil.
Wat voor boeken las je als kind?
Ik las met name literatuur, ik was zo’n klassiek geval dat graag vluchtte in andere werelden en het heerlijk vond om te vertoeven in het bestaan van anderen. Ik las alles, raakte geïnteresseerd in verschillende culturen en talen van expressie, had een breed spectrum aan boeken en ik was toen nog weinig kieskeurig – een veelvraat. Dat is later wel veranderd, ik ben nu veel preciezer geworden, zowel op het professionele als het persoonlijke vlak.
Ondanks mijn grote liefde voor boeken was het niet direct vanzelfsprekend dat ik uitgever zou worden. Na de middelbare school ging ik naar de lerarenopleiding en vervolgens naar de universiteit. Ik wilde in die tijd al niet meer leraar worden maar iets doen in de journalistiek of de uitgeverij. Via een tip van iemand kwam ik als stagiair terecht bij uitgeverij Servire in Katwijk. Toen ik eenmaal merkte hoe leuk ik dat vond, heb ik mijn studie ook niet meer afgemaakt.
In de uitgeverij gaat het mij om de combinatie van het bezig zijn met taal en inhoud en de spanning van het ondernemerschap, iets waarvoor ik gevoel bleek te hebben. Daarnaast had ik in mijn persoonlijke leven veel baat gehad bij boeken over psychologie en spirituele onderwerpen en raakte ik gemotiveerd om mensen te ondersteunen door ze kwalitatief goede literatuur aan te bieden als hulp om tot inzicht en bewustzijn te komen.
Bij Servire was sprake van een heel bijzondere constellatie, want de directeur, Fazal Inayat-Khan, was tegelijkertijd geestelijk leider van de Internationale Soefi Beweging. Het waren in de tijd dat ik daar kwam in 1977 voornamelijk buitenlanders die daar samen een gemeenschap vormden. Veel interessante types die bereid waren om hun eigen cultuur een tijd los te laten om bij een spiritueel leraar een ontwikkelingsweg te gaan en tegelijkertijd keihard werkten om allerlei activiteiten en ondernemingen van de grond te krijgen.
De vrije, frisse, oorspronkelijke manier waarop met spiritualiteit werd omgegaan sloot direct bij me aan. Ik leefde in deze intense gemeenschap en heb het ook wel eens nodig gehad om ruimte voor mezelf te maken, maar zoals Martin Buber zo mooi zegt: ‘je wordt aan de ander’. Met andere woorden: je ontwikkelt je altijd in relatie tot een ander mens en in die tijd was dat volop gaande. Ik heb ongelooflijk veel avonturen beleefd en ben erg gevormd door die tijd.
Je beschrijft een mooie tijd, maar tegelijkertijd ging het er destijds economisch slecht aan toe. Hoe kwam dat?
Simpel gezegd ging het slecht omdat Fazal geen uitgever was en wij allemaal amateurs waren. Er werd ontzettend veel geld onttrokken aan het moederbedrijf vanwege het opzetten van allerlei dochterondernemingen in het buitenland en de eerste economische crisis van begin jaren ’80 nekte ons. Dat was de eerste keer dat je goed kon merken dat wanneer het economisch slechter gaat, mensen als eerste gaan beknibbelen op wat zij als luxe artikelen beschouwen, dat was ook het boek. Deze crisis die ons op de rand van het faillissement bracht had tot gevolg dat Fazal terugtrad als directeur en naar het buitenland vertrok. Een heleboel mensen keerden daarop terug naar hun eigen land. Toen heb ik de verantwoordelijkheid voor Servire geclaimd en daarop startte een lange periode van pure survival, keihard werken en voortdurend crediteuren op afstand houden.
Eén van de grote beslissingen die ik heb genomen was om te gaan specialiseren. Servire was destijds nog een kleine algemene uitgeverij, er zat van alles in: fictie, natuurboeken, kinderboeken, je kan het zo gek niet bedenken. Ik bedacht toen dat we ons uitsluitend zouden gaan concentreren op spiritualiteit, psychologie en gezondheid. Ik ben ook veel meer aandacht gaan geven aan professionele vormgeving. Vorm, inhoud en presentatie naar buiten moesten congruent met elkaar zijn, Servire moest een kwaliteitsmerk worden. Daarin was ik voor mijn tijd redelijk vernieuwend, terugkijkend is dat een moedig besluit geweest – en dat heb ik vanuit de markt teruggekregen. Daarnaast kregen we op een gegeven moment de wind in de rug doordat spiritualiteit steeds belangrijker werd in de loop van de jaren ’80.
Waar kwam die groeiende fascinatie voor spiritualiteit vandaan, denk je?
Op persoonlijk niveau was ik een zoeker en deels ook een getormenteerde ziel die op zoek was naar heling en innerlijk inzicht. In mijn studententijd had ik verschillende flirts gehad met spirituele wegen, maar ik kwam pas thuis in de vrije ruimte die Fazal rond zich heen wist te creëren.
Maar ik was echt een pars pro toto voor mijn generatie. Veel kinderen van gescheiden ouders, net als ik. Zoekenden naar nieuwe oprechte waarden en waarlijke inspiratie. Wij hadden ook de ruimte om ons opnieuw te oriënteren. De grote religies, met name het Christendom, voldeden niet meer in het beantwoorden van de grote levensvragen van mensen. Het instituut kerk had niet meer het antwoord op de tijd. Ik denk dat we geestelijk evolueren, dat het collectieve mensdom streeft naar geestelijke vrijheid. Dat gaat in deze tijd door, je ziet het niet alleen hier, maar ook aan de Arabische Lente.
Wat mij betreft is de mens een geestelijke, eeuwige essentie en niet een materialistisch opwindpoppetje.
Met zo’n nieuwe wave van interesse in spiritualiteit krijg je er vast ook een heleboel pulp bij?
It’s all in the game. Die ontwikkeling is simpelweg niet te stuiten. Tegenwoordig hebben alle grote uitgeverijen esoterische imprints. Ze zagen op een gegeven moment aan de verkoopcijfers dat het een grote groeimarkt was. Niet belast door enige kennis, maar wel met geld zijn er in relatief korte tijd veel spirituele fondsen ontstaan.
Toen het surfen opkwam kreeg je opeens verschillende surftijdschriftjes, iedereen gaat dan natuurlijk toch graantjes meepikken. Op een gegeven moment blijft dan gelukkig
het beste surftijdschrift over. Zo gaat dat nu eenmaal.
Wat is er zo veranderd in de jaren in uitgeversland?
Er is in de tijd dat ik in het vak zit zo ontzettend veel veranderd. Vooral op het technische vlak binnen het vak. Wij brachten vroeger onze manuscripten naar een zetter, later hadden we een eigen IBM Composer – een soort veredelde typemachine met een geheugen van drie a-4tjes. Toen kreeg je steeds meer geavanceerde zet- en opmaaksystemen, de oorspronkelijke zetters hielden op en uiteindelijk kregen we computers en het werd uiteindelijk zo dat we de zetfase helemaal over gingen slaan. Vroeger besprak je alles met de zetter en er was nog een hele ethiek over hoe iets op een pagina gezet moest worden, maar op een gegeven moment kon je dat gewoon zelf op de computer of je liet het over aan je vormgever.
De ontwikkelingen die in de IT hebben plaatsgevonden hebben mijn vak radicaal veranderd. Het is met de komst van het internet en de moderne druk- en printtechnieken mogelijk om je eigen boeken relatief goedkoop te publiceren. Kleine oplages hoeven niet duur te zijn.
Zie je die veranderingen vooral als positief?
Ik vind het leuk dat kleine uitgeverijen met eenvoudige middelen projecten kunnen publiceren in kleine oplagen en dat die ook nog eens vanwege zoekfuncties op het internet vindbaar zijn. Het voordeel van de grote uitgevers is relatief afgenomen.
De drukkerswereld heeft een aantal grote revoluties doorgemaakt en zeker één van de grote revoluties is het internationale drukken. De prijzen in China en India zijn niet te vergelijken met die in West-Europa. Er is een enorme shakeout geweest in de drukkerswereld in de afgelopen tien jaar.
Hebben de veranderingen in het vak ook geleid tot een verandering van je status als uitgever?
Vroeger stond een uitgever aan het hoofd van de onderneming. Bij bijvoorbeeld de Bezige Bij of de Arbeiderspers was de uitgever de grote man. Nu heb je directielagen met financieel directeuren, marketingdirecteuren, God-weet-wat-voor-directeuren en daaronder komt dan ergens de uitgever. Tegenwoordig proberen ze die functie nog verder uit te hollen door het aanstellen van acquirerend redacteuren – ook een mogelijkheid om mensen lager te kunnen honoreren. De marketingmensen geven nu over het algemeen het groen licht voor een project. Dus als uitgever moet je in eerste instantie je manuscripten aan je marketingmanager kunnen verkopen. Het vak is enorm vercommercialiseerd en de creatieve functie van de uitgever, die in mijn ogen nog altijd de spil is van een uitgeverij, wordt ondergewaardeerd.
Heeft het marketingdenken te maken met het cynisme in de boekenwereld van nu? In de zin van: ‘er moeten boeken verkocht worden anders gaan we kopje onder’? Of was er vroeger minder een focus op verdienen?
Natuurlijk moest er verdiend worden, maar het ging wel veel meer om de boekenspirit en de uitgever vertegenwoordigde die spirit. Er waren bijvoorbeeld veel meer literaire tijdschriften en daar investeerde je als uitgever in en het was eervol om daaraan mee te werken en om daarin te publiceren.
Maar de tijden zijn in meerdere opzichten veranderd. Er is nu weer een economische crisis en mensen besteden steeds meer tijd aan surfen op het internet, de middelen om informatie op te nemen zijn enorm veranderd. Bij het non-fictieboek is sprake van functieverlies.
Een auteur heeft nu dus ook veel meer mogelijkheden om iets te doen met zijn manuscript. Vroeg ging je vanzelfsprekend naar een uitgever. Die reageerde vaak vanuit een ‘gutfeeling’ en niet op basis van allerlei verkoopprognoses. Veel auteurs bieden nu hun manuscript aan bij een literair agent, die je vervolgens kan gaan vragen om het van 150 000 woorden terug te brengen naar 100 000 anders is je boek niet te verkopen aan uitgevers. Vervolgens gaat het in de catalogus die weer naar allerlei uitgeverijen wordt gestuurd. De uitgeverijen bekijken op hun beurt of ze het interessant genoeg vinden. Dat is heel wat anders dan wanneer een uitgever een directe relatie heeft met een auteur. Dat was vroeger altijd zo en ik doe het eigenlijk nog altijd zo.
Nu moeten uitgevers een boek dus ook nog eens intern verkopen, er moet een calculatie gemaakt worden en een heel marketingplan ingediend worden. Als iets vooraf al niet echt promotable is – bij voorkeur moet het om een Nederlandse auteur gaan of er is iets ongebruikelijks aan waar de media iets mee kunnen – dan kun je het eigenlijk al vergeten. Om een boek door die bureaucratie heen te loodsen, puur op basis van de inherente kwaliteit ervan, is heel erg lastig.
Vanuit het heden richting de toekomst; wat fascineert je aan de huidige tijd?
Er vindt van alles fascinerends plaats in de wereld op het moment. We zitten in een vernauwing met zijn allen en die vernauwing kan leiden tot nieuwe paradigma’s, nieuwe manieren van denken en van omgaan met de werkelijkheid. Er zijn ontwikkelingen gaande die ons dwingen om zoveel breder te kijken dan onze eigen belangen. Je voelt dat er een nieuwe esprit ontstaat waarbij mensen oprecht met elkaar in gelijkwaardigheid iets willen opzetten en traditionele machtsstructuren niet meer accepteren. Die spanning vind ik absoluut het interessantste van wat er op het ogenblik plaatsvindt.
Is het een ambitie van je om deel uit te maken daarvan?
Ja, zeker. Als ik zou kunnen bijdragen aan dat nieuwe esprit, aan de opbouw van die geestrijkheid, dat besef, bewustzijn; daaraan bijdragen zou een ster op mijn borst zijn.
Het principe van een gemeenschap is een wens die je ook beschreven hebt voor het Juwelenschip.
Ja, er is een grote wens om te werken en te leven met/in een kring, een gemeenschap van gelijkgestemden. Dat is iets dat niet ontstaat omdat je het definieert, omdat je het samenstelt, maar het komt voort uit vrijwilligheid. Mijn wens is dat het Juwelenschip en dan vooral de website een inspiratiebron is waar mensen zich wel bij voelen en zich op een natuurlijke wijze voegen.
Wat me lastig lijkt in jouw positie, is dat je enerzijds fantastische boeken aan het maken bent, terwijl er anderzijds wereldwijd een nadruk komt te liggen op de computer en het internet. Hoe speel je dat spel mee met behoud van de dingen waar jij van houdt?
Dat is de spijker op z’n kop, dat is mijn dilemma. De crisis treft mij ook, treft mij niet alleen omdat er veel minder boeken worden verkocht, het treft mij ook op persoonlijk niveau. Het hebben van kinderen en het hebben van welstand die bedreigd wordt, dat doet een heel interessant ding met iemand, begin ik in te zien. Heel regelmatig denk ik terug aan het onwaarschijnlijke lef dat ik had in de tijd van Servire, aan de intuïtie en vanzelfsprekendheid waarmee ik toen opereerde. Ik vind tot op heden dat ik geneigd ben om teveel vanuit de kramp om te gaan met mijn eigen problematiek. Aan de andere kant hebben we het net over de kansrijkheid van deze tijd, waarvan ik vind dat het levendig maakt. Dat heb ik eerlijk gezegd nog niet goed genoeg in mezelf te pakken. Ik heb het gevoel dat bijvoorbeeld het Juwelenschip een basis kan zijn, een podium waarop iets kan gaan gebeuren. En ik kan me voorstellen dat er in samenwerking met anderen ineens een idee ontstaat waarmee we het muisje bij z’n staart kunnen pakken. Dat nieuwe dat in de lucht hangt, maar waar je nog net niet bij kunt.
Ik denk dat het eerlijk gezegd ook echt een onderdeel is van deze tijd, waarbij heel veel creatieve mensen net wel of net niet het muisje bij de staart beet hebben. We zijn dichtbij. We voelen dat het anders moet, maar helemaal precies weten we het nog niet. Ikzelf zit nog altijd niet met dat staartje van de muis in mijn hand. En zeer waarschijnlijk veel anderen met mij.
